3. Dierenrijk

Lion_Lamb

Er was eens een groot land, vlakbij het Hartenland en het (Ont)Maskerland. Aangezien zóveel mensen in Maskerland hun maskers hadden afgedaan, werd het tegenwoordig vaker Ontmaskerland genoemd.

In Dierenrijk droegen de mensen geen maskers. Mensen waren gewoon mensen, met blije en minder vrolijke gezichten. In dit land woonden naast mensen ook veel dieren. Vele verschillende soorten, van de kleine mier tot en met de grote olifant. Van de garnaal tot de walvis. En van de vuurvlieg tot de arend. Er waren misschien nog wel meer soorten dieren dan mensen.

En in Dierenrijk had elk mens zijn of haar eigen dier. Mensen mochten uit de dieren die op hun levenspad kwamen, één dier kiezen waar ze de rest van hun leven mee zouden delen. En omdat iedereen anders was, koos iedereen ook een ander soort dier.

Op een dag, een dag zoals andere dagen, werd een meisje geboren: Mieke. En Mieke had al op jonge leeftijd haar dierenvriend voor het leven gekozen: een lammetje. Je kent haar lied misschien wel: “Mieke heeft een lammetje…“. Overal waar zij ging, ging haar lammetje. De twee werden onafscheidelijk.

Tot op een zekere dag, toen Mieke wakker werd en haar lammetje een knuffel wilde geven. Ze keek om zich heen, maar kon het lammetje nergens vinden. Wanhopig zocht ze overal. Onder haar bed, in de badkamer, het toilet, de keuken en eetkamer.. Maar nee, nergens kon ze haar vriend vinden. Tot ze naar buiten liep. Daar, voor de deur, zag ze de witte wol van haar lam. Maar tot haar schrik zag ze ook rode vlekken.

‘Nee! Hoe kan dit gebeurd zijn! Mijn lammetje, mijn vriend, leeft niet meer!’ En met tranen in haar ogen keek ze naar de pootafdruk in de grond. ‘Een wolf! Het was een wolf die mijn lam heeft gedood!’, riep ze snikkend uit. Haar lammetje had de wolf ’s nachts waarschijnlijk gehoord. En was in zijn eentje de strijd aangegaan om haar te beschermen tegen de wolf.

De wolf was echter te sterk geweest. En nu was haar vriend dood. Haar metgezel. Haar maatje voor het leven. Wat nu? dacht ze bij zichzelf. Iedereen had altijd maar één dier, waar je de rest van je leven mee bent. Geen twee, drie of meer.. Slechts één. En die gedachte, de rest van haar leven alleen te zijn, maakte haar enorm verdrietig. Zo verdrietig dat ze de eenzame dagen die daarop volgden, zichzelf opsloot in haar kamer. Ze kwam niet één keer buiten, en dat terwijl ze het altijd heerlijk vond om buiten in de natuur te zijn.

Na 3 dagen had ze genoeg van haar kleine slaapkamer. Met nog steeds een verdrietig hart ging ze naar buiten. Even weg. Even naar buiten. Ze besloot om naar haar Oma te gaan. Met Oma kon ze altijd goed praten. En dat wilde ze nu ook. Even haar hart luchten. Oma wist altijd wel wat te zeggen als ze zich boos, bang of verdrietig voelde.

En zo ging Mieke op weg. Door het grote bos. Oma’s huis lag namelijk aan de andere kant van dat bos. En zo begon Mieke in haar eentje het pad te volgen wat naar Oma leidde.

Plotseling zag Mieke een gestalte verschijnen op haar pad. Ze besloot gewoon door te lopen, maar wel goed uit te kijken. Terwijl ze stapje voor stapje verder liep, begon ze het steeds benauwder te krijgen. Vanuit haar buik voelde ze een kriebel.  Maar niet de kriebel die je krijgt van leuke dingen, zoals verliefd zijn.

Nee, deze kriebel was niet goed. Heel verkeerd zelfs. En die kriebel werd angst toen ze zag wat voor haar op het pad aan het grommen was. Een wolf! De wolf! En niet zo’n kleine wolf ook! Hij had haar geroken en wachtte nu geduldig tot zij dichtbij genoeg was. Zo dichtbij dat ze niet meer weg kon rennen of in een boom kon klimmen. Ontsnappen was nu onmogelijk. Mieke had tegenover de wolf geen schijn van kans.

En terwijl de wolf gromde en naar haar toe begon te rennen, hoorde ze plots een hele grote brul. Het was een leeuw! Een die veel groter en sterker was dan de wolf. En ze zag hoe de leeuw voor haar sprong. En in plaats van haar ook te willen doden, dwarsboomde de leeuw het pad van de wolf. De wolf probeerde te vluchten. Maar de leeuw was sneller. Sterker. En in één beet doodde de leeuw de wolf.

De leeuw draaide zich om en vroeg hoe ze heette. Bevend van angst zei ze: ‘Hallo, ik heet Mieke. Hoe heet jij?’. ‘Aangenaam’, zei de leeuw met een diepe, krachtige stem, ‘mijn naam is Leo.’. ‘Dank-eh-u-wel, voor het redden van mijn leven, Leo’, zei Mieke, al iets minder bang, ‘Als u er niet was geweest…’.

‘Ik deed het graag voor je meisje’, zei Leo. ‘Maar waar is jouw metgezel? Je dierenvriend?’ ‘Ik heb geen maatje meer’ zei Mieke, ‘de wolf heeft mijn lam gedood en nu ben ik voor de rest van mijn leven alleen’. ‘Wat verschrikkelijk!’, gromde Leo, ‘Mag ik dan jouw nieuwe dierenvriend zijn?’.

Mieke twijfelde, ‘Maar ik kan toch maar één dierenvriend hebben, Leo?’. ‘Dat klopt’, zei de leeuw, ‘maar als je dierenvriend eerder dan jij overlijdt, mag je een nieuwe dierenvriend kiezen. Dus ik hoop dat je Mij als vriend in jouw leven wil. Als je ja zegt, blijf ik voor de rest van je leven bij je en zal ik je altijd beschermen.’

Met blijdschap in haar hart, liep Mieke samen met haar nieuwe dierenvriend naar Oma. Oma zag ze al van een afstandje aankomen. Met haar armen wijd open verwelkomde ze Mieke. Ze gaf haar een dikke knuffel en kus op haar wang, en zei: ‘Wat ben ik blij jou hier te zien! Samen met Leo. Ik heb altijd al geweten dat je een leeuw was.’

❤ Tabi

Als je Jezus in jouw hart toelaat, zul je nooit meer alleen zijn!

image

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s