10. Joy & Mica

Mountainview

Er was eens een lief, klein meisje genaamd Joy. Al jaren bezocht Joy met plezier de Lichtstad, de hoofdstad van de Wereld. Met de Zomerfeestweek was ze altijd samen met haar beste vriendinnen: Sarah, Mieke en Talia.

Joy kwam net als Andy en Peka uit Zwitland, dat dankzij hen en Timor, de Kledingkleurder, meer kleur had gekregen. Zelf had Timor haar jas een prachtige gele kleur gegeven. Geel was haar lievelingskleur, want het was de kleur van de zon.

Ze hield veel van de zon. De warmte en het licht. Het liefst beklom ze bergen met haar vriendin Sarah, die in Maskerland woonde dat vlak bij Zwitland lag. Zo was ze net wat dichter bij de zon. Het enige wat ze nodig hadden was een goed touw, een gordel en wat klimspullen, zoals stevige schoentjes.

Sarah en Joy vonden het vooral heerlijk om te klimmen op zonnige en heldere dagen. Dan konden ze, als ze weer een top van een berg bereikten, namelijk over een groot gebied uitkijken. Het uitzicht was altijd enorm mooi. Al klimmend groeide Joy op tot een sterke vrouw. En wanneer ze weer eens op een bergtop kwam, voelde Joy zich altijd heel vrij en gelukkig.

Joy was namelijk echt een bezig bijtje. Haar vriendin Sarah hield het bij het knippen van haar, maar zij wilde dokter worden. In haar vrije tijd kwam ze vaak in Sarah’s kinderkapsalon in Maskerland. Daar kwamen alle kinderen in het land om hun haar te laten knippen.

Dankzij Timor, die kleur in Joy’s leven had gebracht, kon ze nu zelf kleur doorgeven. Alleen niet aan kleding, maar aan, je raad het nooit: haar! Juist, hoofdhaar. De kinderen die bij Sarah kwamen, vroegen dan ook altijd of Joy hun haar wilde aanraken. Dat deed ze met plezier.

Op een dag kwam er een kleine jongen de zaak binnen. Deze jongen had diep zwart haar. Het zwarte haar kon wel geknipt worden, maar niet gekleurd. Welke kleur Joy ook probeerde, geen enkele was sterker dan het zwarte haar.

De jongen, genaamd Mica, was verdrietig. Hij had geen vrienden, omdat alle andere kinderen gekleurd haar hadden en hij niet. Ze plaagden hem ermee en zeiden dat hij er niet bij hoorde. Hij was anders dan de rest.

Op een dag kwam Mica weer voor zijn maandelijkse knipbeurt naar Sarah’s kapsalon. Toen hij naar binnen liep, zag hij iemand die hij niet kende. Sarah zag hem en zei: ‘Hee Mica! Fijn je hier te zien. Ik wil je graag voorstellen aan mijn beste vriend, Chris. Hij komt uit het Hartenland.’.

Mica was een beetje verlegen, maar stak toch zijn hand uit. Met een glimlach op zijn gezicht schudde Chris Mica’s hand. ‘Dag Mica, ik ben Chris. Kom, kom. Niet zo verlegen, mijn jongen. Ik bijt niet.’. Maar Mica wist niet goed wat hij moest zeggen en bleef stil. Waarschijnlijk keek hij ook een beetje geschrokken, want Chris vroeg hem: ‘Is er iets? Je bent toch niet bang voor me?’.

‘Nou, meneer Chris. U bent de eerste die mij ziet en mij niet uitlacht. Iedereen die ik ken, vindt mij niet aardig, maar dat snap ik wel.’. Chris keek hem vragend aan en zei: ‘Hoe kan dat nou? Je ziet er toch niet eng uit? Hoe kan iemand jou nou niet aardig vinden?’. Mica vertelde hem dat dat kwam door zijn zwarte haar. Dat hij geen vrienden had, omdat de kinderen hem anders vonden. Ze hadden wel eens geroepen dat hij vast ook een zwart hart had.

Christ schudde zijn hoofd en vroeg hem: ‘En? Heb je een zwart hart?’. Mica hoefde er niet lang over na te denken en zei dat hij dat vast wel had. Anders kon Joy toch wel zijn haren kleuren? Het zwarte moest vast van binnenuit komen.

Toen vertelde Chris hem een verhaal. Een spannend verhaal over een Zwarte en een Witte Hartenjager. Deze Jagers streden om harten, die ze beschoten met hun pijlen. De pijlen van de Zwarte Jager, zoals pijlen van eenzaamheid en verdriet, maakte harten zwart.

‘Dus het is waar wat ze zeggen! Ik heb een zwart hart!’. Boos rende Mica weg. Chris liep rustig achter hem aan en vond hem aan de oever van de Rivier van Vrede die door alle landen stroomde. Ook door Maskerland waar Mica woonde.

‘Lieve jongen. Ik snap dat je je alleen, verdrietig en boos voelt. Maar je kan me geloven als ik zeg dat je hart nog lang niet zwart is. En al was het zwart, dan is dat niet het einde.’. Die woorden deden Mica opkijken. ‘Maar zwart blijft toch zwart? Net als mijn haar wat niet gekleurd kan worden?’.

Chris vertelde hem dat Mica al was weggerend voor hij het hele verhaal had kunnen vertellen. Chris vertelde hem: ‘In elk hart, ook die van jou, zit een deur. Het zwarte kan niet door die deur. Gelukkig zijn er Witte Hartenjagers die Witte Pijlen van liefde kunnen brengen in je hart. Dat kan alleen als je de deur van je hart daarvoor durft open te zetten.’

En Mica was misschien wel eenzaam, maar hij was ook dapper. Mica keek op en zag Chris met liefdevolle ogen kijken. Op de grond, waar hij zat, stelde hij zijn hart open voor de Witte Pijl van Liefde. En die liefde vervulde hem met blijdschap en geloof.

‘Nog één ding,’ zei Chris, ‘bedenk je goed dat er in heel de Wereld maar één Mica is met zwart haar zoals dat van jou! Ieder kind in Maskerland heeft gekleurd haar. Zwart haar maakt jou bijzonder en speciaal.’. De woorden van Chris bleven hangen. Mica voelde zich speciaal en trots. Wanneer er iemand weer eens iets onaardigs zei over zijn haar, haalde hij zijn schouders op. Hij zag nu dat ze alleen maar jaloers waren. Jaloers op zijn zeldzame, zwarte haar.

In plaats van verdriet voelde hij nu blijdschap. Voor de rest van zijn leven straalde hij met liefde zo fel als het licht van de zon.

❤ Tabi

Opdat je jezelf mag accepteren zoals je bent en mag stralen wetende dat Jezus van je houdt. Er is niemand zoals jij! God heeft jou gemaakt zoals je bent, met alles erop en eraan

Sunset-mountain.jpg

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s