10. Joy & Mica

Mountainview

Er was eens een lief, klein meisje genaamd Joy. Al jaren bezocht Joy met plezier de Lichtstad, de hoofdstad van de Wereld. Met de Zomerfeestweek was ze altijd samen met haar beste vriendinnen: Sarah, Mieke en Talia.

Joy kwam net als Andy en Peka uit Zwitland, dat dankzij hen en Timor, de Kledingkleurder, meer kleur had gekregen. Zelf had Timor haar jas een prachtige gele kleur gegeven. Geel was haar lievelingskleur, want het was de kleur van de zon.

Ze hield veel van de zon. De warmte en het licht. Het liefst beklom ze bergen met haar vriendin Sarah, die in Maskerland woonde dat vlak bij Zwitland lag. Zo was ze net wat dichter bij de zon. Het enige wat ze nodig hadden was een goed touw, een gordel en wat klimspullen, zoals stevige schoentjes.

Sarah en Joy vonden het vooral heerlijk om te klimmen op zonnige en heldere dagen. Dan konden ze, als ze weer een top van een berg bereikten, namelijk over een groot gebied uitkijken. Het uitzicht was altijd enorm mooi. Al klimmend groeide Joy op tot een sterke vrouw. En wanneer ze weer eens op een bergtop kwam, voelde Joy zich altijd heel vrij en gelukkig.

Joy was namelijk echt een bezig bijtje. Haar vriendin Sarah hield het bij het knippen van haar, maar zij wilde dokter worden. In haar vrije tijd kwam ze vaak in Sarah’s kinderkapsalon in Maskerland. Daar kwamen alle kinderen in het land om hun haar te laten knippen.

Dankzij Timor, die kleur in Joy’s leven had gebracht, kon ze nu zelf kleur doorgeven. Alleen niet aan kleding, maar aan, je raad het nooit: haar! Juist, hoofdhaar. De kinderen die bij Sarah kwamen, vroegen dan ook altijd of Joy hun haar wilde aanraken. Dat deed ze met plezier.

Op een dag kwam er een kleine jongen de zaak binnen. Deze jongen had diep zwart haar. Het zwarte haar kon wel geknipt worden, maar niet gekleurd. Welke kleur Joy ook probeerde, geen enkele was sterker dan het zwarte haar.

De jongen, genaamd Mica, was verdrietig. Hij had geen vrienden, omdat alle andere kinderen gekleurd haar hadden en hij niet. Ze plaagden hem ermee en zeiden dat hij er niet bij hoorde. Hij was anders dan de rest.

Op een dag kwam Mica weer voor zijn maandelijkse knipbeurt naar Sarah’s kapsalon. Toen hij naar binnen liep, zag hij iemand die hij niet kende. Sarah zag hem en zei: ‘Hee Mica! Fijn je hier te zien. Ik wil je graag voorstellen aan mijn beste vriend, Chris. Hij komt uit het Hartenland.’.

Mica was een beetje verlegen, maar stak toch zijn hand uit. Met een glimlach op zijn gezicht schudde Chris Mica’s hand. ‘Dag Mica, ik ben Chris. Kom, kom. Niet zo verlegen, mijn jongen. Ik bijt niet.’. Maar Mica wist niet goed wat hij moest zeggen en bleef stil. Waarschijnlijk keek hij ook een beetje geschrokken, want Chris vroeg hem: ‘Is er iets? Je bent toch niet bang voor me?’.

‘Nou, meneer Chris. U bent de eerste die mij ziet en mij niet uitlacht. Iedereen die ik ken, vindt mij niet aardig, maar dat snap ik wel.’. Chris keek hem vragend aan en zei: ‘Hoe kan dat nou? Je ziet er toch niet eng uit? Hoe kan iemand jou nou niet aardig vinden?’. Mica vertelde hem dat dat kwam door zijn zwarte haar. Dat hij geen vrienden had, omdat de kinderen hem anders vonden. Ze hadden wel eens geroepen dat hij vast ook een zwart hart had.

Christ schudde zijn hoofd en vroeg hem: ‘En? Heb je een zwart hart?’. Mica hoefde er niet lang over na te denken en zei dat hij dat vast wel had. Anders kon Joy toch wel zijn haren kleuren? Het zwarte moest vast van binnenuit komen.

Toen vertelde Chris hem een verhaal. Een spannend verhaal over een Zwarte en een Witte Hartenjager. Deze Jagers streden om harten, die ze beschoten met hun pijlen. De pijlen van de Zwarte Jager, zoals pijlen van eenzaamheid en verdriet, maakte harten zwart.

‘Dus het is waar wat ze zeggen! Ik heb een zwart hart!’. Boos rende Mica weg. Chris liep rustig achter hem aan en vond hem aan de oever van de Rivier van Vrede die door alle landen stroomde. Ook door Maskerland waar Mica woonde.

‘Lieve jongen. Ik snap dat je je alleen, verdrietig en boos voelt. Maar je kan me geloven als ik zeg dat je hart nog lang niet zwart is. En al was het zwart, dan is dat niet het einde.’. Die woorden deden Mica opkijken. ‘Maar zwart blijft toch zwart? Net als mijn haar wat niet gekleurd kan worden?’.

Chris vertelde hem dat Mica al was weggerend voor hij het hele verhaal had kunnen vertellen. Chris vertelde hem: ‘In elk hart, ook die van jou, zit een deur. Het zwarte kan niet door die deur. Gelukkig zijn er Witte Hartenjagers die Witte Pijlen van liefde kunnen brengen in je hart. Dat kan alleen als je de deur van je hart daarvoor durft open te zetten.’

En Mica was misschien wel eenzaam, maar hij was ook dapper. Mica keek op en zag Chris met liefdevolle ogen kijken. Op de grond, waar hij zat, stelde hij zijn hart open voor de Witte Pijl van Liefde. En die liefde vervulde hem met blijdschap en geloof.

‘Nog één ding,’ zei Chris, ‘bedenk je goed dat er in heel de Wereld maar één Mica is met zwart haar zoals dat van jou! Ieder kind in Maskerland heeft gekleurd haar. Zwart haar maakt jou bijzonder en speciaal.’. De woorden van Chris bleven hangen. Mica voelde zich speciaal en trots. Wanneer er iemand weer eens iets onaardigs zei over zijn haar, haalde hij zijn schouders op. Hij zag nu dat ze alleen maar jaloers waren. Jaloers op zijn zeldzame, zwarte haar.

In plaats van verdriet voelde hij nu blijdschap. Voor de rest van zijn leven straalde hij met liefde zo fel als het licht van de zon.

❤ Tabi

Opdat je jezelf mag accepteren zoals je bent en mag stralen wetende dat Jezus van je houdt. Er is niemand zoals jij! God heeft jou gemaakt zoals je bent, met alles erop en eraan

Sunset-mountain.jpg

 

 

 

 

Advertenties

9. Het Wezenhuis in Azika

Child_lion

Er was een groot rijk, genaamd Azika. Dit rijk stond bekend om het Grote Wezenhuis. Daar woonden alle kinderen die geen ouders meer hadden.

Zo ook de tweeling: Kisha en Liza. Het waren twee knappe meisjes met lang blond haar die erg veel op elkaar leken. Kisha had echter een iets donkerdere huidskleur dan haar zusje Liza, maar beide meisjes waren misschien wel de mooiste en liefste meisjes in heel Azika.

Kisha en Liza woonden al sinds ze zich konden herinneren in het Wezenhuis. Dit huis had vele kamers. Meer dan genoeg voor alle weeskinderen die er al waren en die er nog konden komen. Bovendien had het één grote slaapkamer voor Papa Wimi en Mama Rina, degenen die aan het hoofd van het Wezenhuis stonden.

Het was natuurlijk niet makkelijk voor Wimi en Rina om voor alle kinderen te zorgen. Gelukkig kregen ze veel hulp. Hulp in de vorm van eten en drinken, kleding, schoolboeken enzovoorts. Ook kwamen er vaak mensen van over de hele wereld een tijdje bij hen wonen om te helpen.

Op een dag, voor de meiden een dag zoals alle andere dagen, kwam er een groepje van vier vrouwen. De vrouwen stelden zich voor als Sarah, Mieke, Joy en Talia. Elk van hen kwam uit een ander land en kon er allerlei interessante weetjes over vertellen.

Kisha en Liza hingen, net als de andere kinderen, aan hun lippen. Toen ze uitverteld waren, liepen ze naar de vrouwen toe om zich voor te stellen. ‘Hallo, wij zijn Kisha en Liza, wij heten jullie graag welkom in ons Grote Huis. Kom mee, dan laten we jullie slaapkamers zien’.

Sarah nam het woord en zei: ‘Bedankt meiden! Zijn jullie toevallig zusjes? Jullie lijken zoveel op elkaar!’. ‘Ja, wij zijn tweeling! Onze ouders kennen we helaas niet, maar we hebben gelukkig elkaar nog’, antwoordde Kisha. ‘Dat is fijn’, zei Mieke, ‘en hebben jullie mijn dierenvriend Leo de leeuw al ontmoet?’. ‘Een leeuw? Nee, dankjewel.. Dat hoeft niet hoor..’, zei Lisa snel. Maar ze het had het nog maar net gezegd of daar stond Leo al.

‘Dag Kisha. Dag Liza. Wees niet bang voor mij, ik zal jullie geen kwaad doen. Ik wilde juist voorstellen om een rondje met jullie te lopen, zodat jullie mij heel de omgeving kunnen laten zien.’ Mieke stelde ze gerust door haar maatje een dikke knuffel te geven. ‘Klim maar op zijn rug, meiden, bij Leo ben je veilig’, zei ze.

Aarzelend klommen ze op zijn rug.

Eerst waren ze bang dat Leo hen niet kon dragen, maar ze wisten niet dat hij erg sterk was. En met de tweeling als gids, rende Leo vlot weg om het rijk te verkennen. De meiden genoten van de wind op hun gezicht en lieten hem alle delen van het rijk zien.

Naarmate de tijd verstreek, leerden de meiden Leo steeds beter kennen. Het was een oude, wijze leeuw, die met veel geduld naar hun verhalen luisterde. Voor het slapengaan die avond vertelde hij hen een mooi verhaal. Zo bracht het drietal vele dagen samen door. En elke avond vertelde Leo hen een nieuw verhaal. Verhalen over de Zomerfeestweek, over reusachtige Puzzels, Dierenvrienden, Dansers en Muziekmakers en Maskers. Hun favoriete verhaal was die over de Zwarte en Witte Hartenjagers.

‘Kunnen wij ook een wit hart krijgen en schijnen net als Abigaïl, uit uw verhaal?’. ‘Dat kan, meiden’, zei Leo. ‘Het enige wat je hoeft te doen is de deur in je hart open te stellen voor liefde.’. Maar hoe de meiden dat ook probeerden, het lukte ze niet.

Zowel Kisha als Liza geloofden namelijk dat ze niet geliefd waren. Als hun ouders echt van hen hadden gehouden, waren ze toch niet weggegaan? En het verdriet, de eenzaamheid, maakte dat ze een groot gat in hun hart voelden. Ze wisten niet hoe ze dat gat konden vullen.

Op een dag bracht Leo de meiden op zijn rug naar een grote fontein. De fontein werd Fontein van Blijdschap genoemd. Het water van de fontein kwam namelijk uit de Rivier van Vrede die door alle landen en rijken stroomde. Ook door Azika.

Leo zette ze neer bij de fontein en vroeg hen wat ze zagen. ‘De Fontein van Blijdschap’, zei Kisha. ‘Met water uit de Rivier van Vrede’, zei Liza. ‘Goed gezien!’, zei Leo. ‘Deze grote fontein is heel speciaal. Als je het water van deze fontein drinkt, zul je je heel vredig en blij voelen. Je moet wel geloven dat het water blijdschap en vrede brengt. Als je de deur van je hart niet open zet, zal het water niet in je hart kunnen komen’.

‘Maar hoe kunnen we de deur van ons hart nou openstellen, Leo? Geloof ons maar als we zeggen dat we écht geprobeerd hebben dit te doen. Het verlies van onze ouders doet ons echter te veel pijn’. ‘Voor het openzetten van je deur is echte moed nodig. Ik weet dat jullie twee dappere meisjes zijn en dat jullie het kunnen. Maar ik kan jullie deur niet openmaken, dat moeten jullie toch echt zelf doen.’.

‘Hoe dan, Leo?’ vroeg Liza. Hij antwoordde: ‘Vertel me eerst wat je dwars zit of welke minder blije gevoelens je hebt.’. Nadat de meiden alles vertelden wat ze pijn had gedaan en hoe groot het gemis was in hun hart, tilde Leo ze op en zette de tweeling op de rand van de Fontein.

‘Denk nu aan alle mooie dingen die je hebt meegemaakt. Aan de liefde die je hebt voor elkaar en de liefde die je van alle mensen en vrienden om je heen hebt gekregen. Ook ik hou heel veel van jullie.’ En dat deden ze en ze voelden zich al snel een stuk beter. De meiden hadden echter wel dorst gekregen van alle tranen die ze hadden vergoten. Zowel Kisha als Liza namen daarom een flinke slok van het sprankelende, koele water.

Ze voelden hoe een tintelend gevoel zich door hun lichaam verspreidde. Ze voelden hoe, door de open deuren van hun harten, het water de kern van hun hart raakte. Van binnenuit begonnen de meiden te stralen. Net als Abigaïl uit Hartenland.

En zo konden de meiden weer geloven in liefde. Échte liefde. Liefde tussen elkaar als zussen, liefde voor hun vrienden, liefde voor Wimi en Rina die hun ouders hadden vervangen, liefde voor dieren, liefde voor de natuur en liefde voor alle andere mensen in hun leven. Ze waren zo vol van liefde, dat ze voor de rest van hun leven genoeg hadden om te delen.

Samen brachten ze veel weeskinderen naar de Fontein van Blijdschap. Daar hielpen ze de kinderen hun hart open te stellen en lieten hen dan drinken van de Rivier van Vrede. Uit heel het land kwamen weeskinderen om hun harten te laten opvullen met Liefde.

❤ Tabi

Opdat je je Vader in de hemel mag leren kennen als een God van liefde. Een God die liefde is! Als je Hem in je hart toelaat, zal hij de kern van je wezen aanraken en je vervullen van echte Liefde. Alleen Zijn Liefde kan alle leegtes in je hart opvullen

Water_drop

 

8. De Prins en de Ridder

Four_friends_jump

Dit verhaal begint bij vier goede vriendinnen: Mieke, Talia, Joy en Sarah. Op een dag van de Zomerfeestweek aten ze samen in het paleis van de Wereldkoning, die ook de vader was van prinses Talia.

Toen ze uitgegeten waren, nodigde de koning ze uit in zijn grote Bibliotheek, zodat hij hen een verhaal kon vertellen.

Voordat hij dat deed, vroeg hij ze eerst een moeilijke vraag:

‘Meiden, ik heb een vraag: wat is liefde?’. Elk van de meiden dacht diep na voor ze een antwoord gaf. Mieke was de eerste die iets zei: ‘Liefde is kusjes en knuffels geven en krijgen.’ Talia volgde en zei: ‘Liefde is vriendschap. Wat ik voel voor mijn vrienden en vriendinnen is liefde.’

‘Maar je voelt toch ook liefde voor je vader? Liefde is dus wat een vader of moeder voelt voor hun kind en andersom. Het is de band tussen ouder en kind’, besloot Joy.

Sarah bleef stil.

De koning zei daarop: jullie hebben allemaal gelijk. Liefde is een groot iets. Er zijn vele verschillende vormen van liefde, en jullie hebben belangrijke vormen van liefde beschreven. Maar ik heb jou nog niet gehoord Sarah. Wat is volgens jou liefde?’

Sarah haalde haar schouders op en zei: ‘Dat weet ik eerlijk gezegd niet. Mijn beste vriend Chris zei wel eens dat échte liefde is: zoveel van je naaste houden dat je zelfs je leven zou geven voor de ander. Maar dat snap ik niet zo goed. Wie is mijn naaste?’

De koning antwoordde: ‘Dat is iedereen op de wereld.’

Hij zag dat ze het nog niet helemaal begrepen, dus hij ging verder. ‘Je naaste is je buurman of buurvrouw, de winkelbediende, de ober, een directeur of zakenman, maar ook een vuilnisman of zwerver. Je naaste is elk mens om je heen, zelfs mensen met zwarte harten. Soms doen die mensen met een zwart hart verkeerde dingen. Zoals liegen, stelen of zelfs doden. Ze zijn wel nog steeds mens, dus ze blijven je naaste.’

‘Nou, als dat zo is, legt u me dan maar uit hoe ik dat zou moeten doen, echte liefde kennen. Hoe kan ik nou een leugenaar, dief of moordenaar liefhebben? Zoveel dat ik zelfs mijn leven voor diegene zou overhebben…’ zei Mieke met een grote frons op haar gezicht.

De koning legde uit dat dat niet hoefde, maar dat die vorm van liefde wel de allerhoogste is. De grootste. Hij vroeg de meiden of ze het verhaal van de Hartenjager kenden. Ja, dat kenden ze wel.

Sarah nam het woord en zei: ‘Chris, mijn beste vriend, is de leider van de Witte Hartenjagers. Hij is bezig om een leger van Witte Hartenjagers te maken die met liefdespijlen schieten op mensenharten. De liefdespijl klopt op de deur van elk hart, maar het is aan elke persoon zelf of deze zijn of haar deur openzet voor die pijl.

Er zijn al veel mensen die dat hebben gedaan, waaronder wij. Wij zitten nu vol met liefde. Zo vol dat de witte knikker in ons hart een fel lichtje is geworden, waardoor we letterlijk stralen.’

‘Jullie hebt het goed begrepen’, zei de koning, ‘maar dan heb ik nog één vraag: kennen jullie de dood? ‘

‘Nou wij leven allevier nog, gelukkig’, zei Joy, ‘maar ik weet wel dat we als we doodgaan naar het Zwarte Rijk van de Zwarte Ridder gaan.’

‘Dat klopt’, zei de koning, ‘dan is dat het eindpunt van je leven. Ieder mens heeft wel een keer iets verkeerds of slechts in zijn leven gedaan. Als je dat ook maar één keer doet, moet je naar het Zwarte Rijk.’

‘Zelfs wij?’, vroeg Joy. ‘Wij leven toch goed?’

‘Ja, jullie proberen goed te leven en daar ben ik trots op. Maar een ieder van jullie heeft wel eens iets verkeerds gedaan.’

Daarop knikte Sarah en zei: ‘Ik heb wel eens een koekje gestolen van mijn ouders, terwijl dat niet mocht’. Waarop Mieke met schaamte bekende: ‘Als ik echt boos ben, zeg ik weleens vieze woorden’. ‘En ik ben weleens jaloers geweest op anderen’, zei Joy.

En zo vertelden de meiden wat voor verkeerde dingen ze allemaal gedaan hadden. Nadat ze uitgepraat waren, zag de koning hoe triest het viertal keek. De koning ging verder en zei:

‘Lieve meiden, jullie hoeven je niet te schamen voor de verkeerde dingen die je hebt gedaan. Jullie hoeven ook niet te denken dat jullie als jullie doodgaan daarom naar het Zwarte Rijk zullen gaan. Het verhaal van Chris is namelijk nog niet compleet. Ik zal jullie de rest van het verhaal vertellen.’

De meiden wilden graag de rest van het verhaal horen, dus gingen ze er goed voor zitten. Wat ze vooral wilden weten is hoe ze straks in het Witte Rijk in plaats van het Zwarte Rijk konden komen.

De koning vervolgde zijn verhaal waar Sarah gebleven was:

‘Chris reisde zoals jullie weten samen met zijn vrienden en mede Hartenjagers de wereld door. Met zijn liefdespijlen was het hun doel om de zwarte harten van mensen weer wit te maken.

De Zwarte Hartenjager zag dat en was daar absoluut niet blij mee. Witte harten waren enorm moeilijk zwart te krijgen. Op een gegeven moment had de Zwarte Hartenjager er genoeg van. Hij vormde zelf een leger van mensen met Zwarte harten.

Met dat leger nam hij Chris gevangen en hij doodde hem.’

‘NEE!!!’ riepen de meiden. ‘Onze vriend en leider mag niet dood zijn. Dat kan niet! Niemand was zoals hij. Chris heeft nooit in zijn leven iets verkeerds gedaan!’

‘Luister nog even, meiden. Het verhaal is nog niet voorbij. Wat jullie niet weten, maar Chris wel, is het volgende: “Liefde overwint altijd”. Chris wist van zijn vader dat er een manier was om de Zwarte Ridder in het Zwarte Rijk te verslaan. Een manier om de mensen, zowel mensen met witte als met zwarte harten, naar het Witte Rijk te kunnen brengen.

De enige manier was om te leven zonder slechte dingen te doen of denken en uiteindelijk dood te gaan. Alleen zo kon Chris naar het Zwarte Rijk met het sterke zwaard van zijn vader: het witte Liefdeszwaard.

Dus toen het Zwarte leger hem doodde, ging hij naar het Zwarte Rijk. De Zwarte Ridder daagde Chris daar uit voor een gevecht om leven en dood. En met zijn Liefdeszwaard streed Chris tegen de machtige Ridder en zijn Zwaard van de Dood.

Na een lange strijd van wel drie dagen, versloeg Chris de Zwarte Ridder. En nu gingen de woorden van zijn vader in vervulling. Chris kon het Pad van het Leven, dat van het Zwarte Rijk naar het Witte Rijk leidde, vrijmaken voor de mensen. Het Pad van het Leven leidt naar het Witte Rijk, waar geen pijn en verdriet, haat en eenzaamheid meer zijn. Alleen liefde, vrede en blijdschap.

Het Zwarte Rijk hoeft dus niet langer het eindpunt van de dood te zijn. Doordat Chris zonder verkeerde dingen had geleefd en dood ging, kon hij met het Liefdeszwaard de Zwarte Ridder verslaan en het pad naar het Witte Rijk vrijmaken.

Het enige wat een mens, wat jij, hoeft te doen is geloven dat het niet erg is dat je verkeerde dingen hebt gedaan, omdat Chris de straf die je daarvoor zou moeten krijgen, al gedragen heeft. Chris heeft de Zwarte Ridder verslagen, zodat het Zwarte Rijk niet meer het eindpunt hoeft te zijn.  Als je dat gelooft, laat hij jou het Pad van het Leven zien, en kun je dankzij hem naar het Witte Rijk wanneer je dood gaat.’

En terwijl de koning die woorden uitsprak, hoorden ze voetstappen hun kant op komen. De vier meiden keken op en zagen tot hun verbazing Chris naar ze toelopen. Maar niet de Chris in jagerskleding, zoals ze hem kenden.

Hij droeg nu schitterende kleren. Kleding als dat van een prins of een koning. Naast zijn goudkleurige gewaad met rode mantel en een met edelstenen ingelegde kroon op zijn hoofd, droeg hij een wit zwaard om zijn middel.

Chris glimlachte en zei: ‘Ik zie dat jullie mijn vader al ontmoet hebben.’

❤ Tabi

‘Alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij zijn eniggeboren zoon gegeven heeft :

Opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft

~ Johannes 3:16

Hallelujah, Amen!

lifepath

 

7. Zomerfeestweek

Sun_nature.jpg

Er was eens een meisje. Niet zomaar een meisje, maar dochter van de allerhoogste, allerbelangrijkste Koning. Haar vader was namelijk de Wereldkoning, degene die alle landen en rijken had gemaakt en er over regeerde.

De prinses heette Talia en was altijd vrolijk. Maar na de dood van haar moeder, de Koningin, werd ze heel verdrietig en stil. En wat de Koning ook probeerde, hij kon zijn dochter niet opvrolijken.

Het enige lichtpuntje in het leven van Talia was de ‘Zomerfeestweek’. Voor een week stond haar stad dan in de schijnwerpers. Haar stad, Lichtstad, was de grootste en mooiste stad van de Wereld. In deze stad stond onder andere het Paleis waarin zij woonde.

Tijdens Zomerfeestweek kwamen mensen uit alle landen en rijken bij elkaar om een week lang feest te vieren. Feest ter ere van haar vader de Koning, die immers alles had gemaakt en een goede, rechtvaardige koning was.

Met zoveel verschillende mensen was er altijd wel wat te doen. Er werden verhalen uitgewisseld, optredens gegeven en lekker gegeten. Er hing altijd een vrolijke sfeer, wat ervoor zorgde dat Talia even vergat dat ze verdriet had.

Op een dag, de eerste dag van het Zomerfeestweek, liep Talia rond in Lichtstad. Ze liep door naar het deel van de stad waar alle kinderen altijd samen kwamen. Daar zag ze een groepje meisjes staan van haar leeftijd en ze besloot erop af te stappen.

‘Dag prinses Talia, wat leuk je hier te zien!’, riep een van de meisjes. Ze stelde zich voor als Sarah uit Maskerland. ‘En dit zijn Mieke uit Dierenrijk en Joy. Joy komt uit Zwitland. Kom je gezellig met ons mee naar de muziekshow kijken?’. Maar Talia bleef staan en keek ze vragend aan. Dat ze zich voorstelden, begreep ze wel. Maar ze snapte niet wat Sarah haar vroeg. ‘Eh, prinses? Heb je wel gehoord wat ik zei?’, vroeg Sarah.

Maar Talia kon niet begrijpen wat Sarah had gezegd. Talia leefde namelijk in Lichtstad en daar sprak iedereen Fransi. Sarah en haar vriendinnen spraken allemaal Nengels. Gelukkig was Mieke’s wijze dierenvriend Leo de leeuw er bij. Hij kon zowel Fransi als Nengels en besloot de meisjes te helpen.

‘Meiden, wat als we de komende tijd eens samen oefenen. Prinses Talia, jij leert Sarah, Mieke en Joy Fransi. Ik vertaal. En jullie meiden, leren Talia Nengels’. Het viertal vond dat een prima voorstel. En zo leerden ze, elke dag, weer meer van elkaar. En aan het eind van een leuke, leerzame week kon Talia vloeiend Nengels. De andere meiden waren echter niet zo goed in taal als de prinses, dus het Fransi ging bij hen nog niet zo goed. Maar dat maakte niet uit, want ze konden nu dankzij het Nengels elkaar redelijk goed begrijpen.

Net voordat iedereen weer terug zou gaan naar het thuisland, spraken ze af om elke komende Zomerfeestweek weer samen door te brengen. In de tussentijd gebruikte Talia haar talenkennis om Nengels-sprekende mensen Fransi te leren en andersom. Talia had hier zoveel plezier in dat ze weer haar vrolijke zelf werd, ondanks het verdriet om haar moeder dat ze nog altijd met zich mee droeg.

❤ Tabi

Opdat we leren luisteren en van elkaars gezelschap mogen genieten.

Friends_four.png

6. Zwitland

zwart-grijs-wit

Er was eens een groots land, genaamd Zwitland. In Zwitland bestonden geen kleuren. Alles was wit, zwart of grijs. Zo droegen kinderen altijd witte kleding. Volwassenen zwart. Ouderen grijs.

Ons verhaal begint met Timor, de Kledingkleurder. Op zijn reis vanuit Puzzeli ontmoet hij vele nieuwe mensen en ontdekt hij vele mooie gebieden. Op een dag ontmoet hij Jerry, die hem thuis uitnodigt voor een etentje.

Timor slaat zijn aanbod niet af en eet die dag gezellig mee. Daar ontmoet hij Jerry’s kinderen: Andy en Peka, en zijn vrouw: Lena. Samen wisselen ze mooie verhalen uit. Verhalen over de plekken waar Timor al op zijn reizen is geweest. En verhalen over hoe het leven in Zwitland is en wat je hier allemaal wel niet kan zien en doen.

‘Mag ik jullie een geheim vertellen?’, vraagt Timor op een gegeven moment. ‘Oooh, ja vertel op!’ roepen de kinderen. ‘Nou, in wit zitten eigenlijk alle kleuren van de regenboog’. Alle kleuren van de regenboog? Dat kenden ze natuurlijk niet. Dus Timor zou het ze laten zien. Hij vroeg wie er eerst wilde. ‘Ik, ik!’ riep Andy. ‘Dan mag Peka eerst, want soms is het goed om geduldig te zijn, Andy’, zei Timor met een twinkeling in zijn ogen.

Hij liet Peka naar zich toekomen en vroeg haar aan haar mooiste en vrolijkste herinnering te denken. Terwijl ze dat deed, raakte hij haar jas aan. Op slag veranderde deze in een felroze exemplaar. ‘Gaaf!’, riep Peka. ‘Mag ik nu dan alsjeblieft, Timor?’, vroeg Andy dit keer beleefd. ‘Ga maar klaarstaan, Andy. Denk nu net als Peka aan iets wat je heel blij maakt.’. Ook Andy ging staan, dacht diep na, en met een grote lach op zijn gezicht werd door Timor’s lichte aanraking, zijn jas mooi groen met lichtblauwe strepen.

Jerry en Lena keken vol verbazing toe. Jerry was de eerste die iets zei: ‘Dat kan toch helemaal niet? Tot nu toe is alles in Zwitland altijd wit, zwart of grijs geweest. Ik wed dat je mijn zwarte jas niet kan kleuren.’. Timor lachte en zei dat dat vast geen probleem was. Hij liet ook Jerry aan zijn gelukkigste gedachte denken. Vervolgens raakte hij Jerry’s jas aan.

Er gebeurde echter niks. De jas bleef pikzwart. ‘Niks?’, dacht Timor, ‘onmogelijk..’.

Timor raakte de jas nog eens aan, dit keer met zijn hele hand. Maar nee, ook dat werkte niet. Vervolgens probeerde Timor alle kleuren wel een keer. Rood, oranje, geel, groen, blauw, paars.. Maar zelfs roze, een redelijk makkelijke kleur, werkte niet op de jas van vader Jerry.

‘Zie je wel’, zei Jerry, ‘het kan gewoon niet. Eenmaal zwart, altijd zwart.’. Maar dat geloofde Timor niet en hij bleef maar kleuren en combinaties van kleuren proberen. De kinderen waren met hun gekleurde jassen natuurlijk al door het dolle heen.

Vol enthousiasme en blijdschap renden Peka en Andy naar buiten om hun vriendjes en vriendinnetjes te vertellen over hun nieuwe jas. Dat je, als je wilde, ook je jas kon laten kleuren door Timor.

Het duurde niet lang voor het eerste vriendinnetje van de twee binnen kwam lopen. Haar naam was Fara en zij was een van de liefste meisjes in het land. Terwijl ze naar binnen liep, zag ze hoe Timor probeerde de zwarte jas van Jerry te kleuren. En ze zag hoe Timor zich in het zweet werkte, maar dat geen enkele poging leek te werken.

‘Mag ik een ander idee voorstellen?’, vroeg Fara. ‘Natuurlijk!’ zeiden Timor en Jerry in koor. ‘Nou, het lijkt erop dat zwart niet kan veranderen. Waarom trek je je zwarte jas niet gewoon uit en doe je een witte jas aan?’. ‘Ah, maar natuurlijk! Dat ik daar nog niet eerder aan heb gedacht!’, riep Timor uit. En hij trok zijn eigen witte jas uit en gaf hem aan Jerry.

Jerry was nog twijfelend, maar besloot toch zijn zwarte jas uit te trekken. De gekleurde jassen die zijn kinderen nu hadden, vond hij namelijk erg mooi. ‘Oké, kom maar hier met die witte jas, ik doe hem wel aan. Ik ben benieuwd of je me nu wel kan inkleuren.’

Zodra Timor ook maar lichtjes de witte jas aanraakte, veranderde deze in een schitterende veelkleurige jas. Deze was zelfs nog mooier dan die van Andy en Peka. ‘Wauw!’, zei Jerry, ‘Dankjewel Timor!’.

Sindsdien maken Jerry en zijn vrouw Lena, in hun door Timor gecreëerde veelkleurige jassen, zelf witte jassen voor andere Zwitters. Tot op de dag van vandaag komen vele mensen langs, en een ieder van hen loopt met een mooi gekleurde jas weer de deur uit.

Andy en Peka vertelden het nieuws van Timor de Kledingkleurder aan iedereen die het maar wilde horen.

❤ Tabi

Opdat je je leven durft in te laten kleuren met en door Gods liefde

Rainbow

“You can see the whole world in black and white, but then what is the point of a rainbow?”

5. Puzzeli

Puzzel

Er was eens een jongen genaamd Timor die leefde in een bijzonder land: Puzzeli. Hij was een echte Puzzelini: geboren en opgegroeid in het Land der Puzzels

In Puzzeli stond één grote Puzzel Fabriek. Daar werkte iedere volwassen Puzzelini. Er waren verschillende taken. Zo werkten er puzzelstukmakers, tekenaars en kleurders.

Iedereen had een gemeenschappelijke taak aan het eind van elke week. Dan zocht iedereen één van de vele puzzelstukjes uit om te vinden aan welke van de talloze andere stukjes deze pastte.

Als kleine jongen wist Timor al wat zijn talent was. Hij kon voorwerpen aanraken en deze kleuren in elke kleur die hij wilde. Er bestond geen twijfel over wat hij later als hij groot was, zou doen in de Puzzel Fabriek. Tenminste als het aan de mensen lag. Timor zelf moest er eigenlijk niet aan denken voor de rest van zijn leven in één en dezelfde Fabriek te werken.

Op een dag, een dag zoals andere dagen, hoorde Timor geklop op de voordeur. Hij deed open en zag een meisje staan. Ze stelden zich aan elkaar voor.

‘Hoi, ik ben Sarah uit Maskerland. Ik reis de Wereld rond om nieuwe mensen en landen te ontdekken. Wie ben jij? En kan je me vertellen waar ik ben?’ Timor stelde zich voor en zei: ‘Je bent in Puzzeli. Kom binnen als je wilt. Mijn ouders hebben net gekookt en zouden het gezellig vinden als je mee eet. Als je wil kun je in onze logeerkamer blijven slapen zolang je wilt!’

En dat was wat Sarah deed. En de dagen die daarop volgden liet Timor haar de mooie omgeving van Puzzeli zien. Ze bezochten allerlei steden en mensen en aten de lekkerste gerechten. De twee werden goede vrienden.

Op een dag zei Timor: ‘Morgen word ik volwassen en kan ik niet meer het land door reizen, Sarah. Er wordt van mij verwacht dat ik als kleurder in de Puzzelfabriek ga werken.’ Sarah zag hoe verdrietig hij daarbij keek en vroeg hem: ‘Maar is dat ook wat je graag zou willen?’. Timor schudde zijn hoofd: ‘Nee, maar dat wordt van mij verwacht, omdat ik een goede kleurder ben.’ Sarah zei daarop: ‘Kom, laten we eens naar de Fabriek gaan en met de Grote Baas praten. Hij is de meeste wijze Puzzelini in het land. Misschien kan hij ons advies geven. Waar een wil is, is een weg, toch?’.

Samen gingen ze naar de Grote Baas en zijn Fabriek. Ze klopten aan bij zijn kantoor en de Baas was blij ze te zien. ‘Welkom! Kom gauw binnen, dan geef ik jullie een rondleiding door mijn Fabriek’, en hij stelde zich voor als Simon.

Simon liet ze de grote werkplaats zien en vertelde over de verschillende taken. ‘Ik heb gehoord dat jij een talentvolle kleurder bent, Timor. Als je zou willen mag je hier als kleurder aan de slag’. ‘Als ik zou willen? Ik móét hier toch werken? Iedere Puzzelini die ik ken werkt hier!’. Simon glimlachte en zei: ‘Of je hier gaat werken is jouw eigen keuze. Kom, ik laat jullie de grote Puzzelhal zien’.

Simon bracht het tweetal naar een reusachtige kamer. Zo ver ze kijken konden, hingen er platen op de muren. ‘Wat zijn die reusachtige platen die op de muren hangen?’, vroeg Sarah. ‘Dat zijn de puzzelplaten’, antwoordde Simon. ‘Er zijn niet veel Puzzelini’s die het weten, maar na elke week, als alle puzzelstukjes op de juiste plek liggen, smelten ze samen en veranderen in één grote plaat.’

Simon zei dat ze gerust rond mochten kijken. En vol verwondering keken ze hun ogen uit. Ze zagen van alles: Hartenjagers, Gemaskerden, Dieren, Dansers en Muziekmakers, Bergen, Valleien, Woestijnen, Oceanen en nog veel meer platen met natuur, dieren en mensen.

Timor vroeg aan Simon hoe het kon dat hier zoveel te zien was. En Simon vertelde hem dat hij, toen hij volwassen werd, niet meteen Fabrieksbaas was geworden . Hij vertelde hem dat hij hiervoor vele jaren gereisd had. Zijn reizen vormden de inspiratiebron voor de vele puzzelplaten.

Timor was verbaasd en zei: ‘Dus u vindt het niet erg als ik niet als kleurder in de fabriek ga werken, omdat ik graag wil reizen?’. ‘Absoluut niet, mijn jongen. Doe wat je hart je ingeeft. Maak gebruik van je talenten, waar je dan ook terechtkomt. Je zult versteld staan van wat je kan en zal ontdekken.’. ‘Wat ga ik dan ontdekken?’, vroeg Timor. ‘Dat is een verrassing. En verrassingen zijn geen verrassing meer, als je ze verklapt.’

Op zijn verjaardag de volgende dag had Timor zijn besluit gemaakt. Hij zei: ‘Lieve vrienden en familie. Ik hoop dat ik jullie niet teleurstel, maar ik heb niet gekozen wat jullie allemaal dachten dat ik zou kiezen. Morgen vertrek ik om als Kledingkleurder de wereld rond te reizen’.

Tot Timors verbazing begon iedereen te lachen en luid te applaudisseren. ‘Wat zijn we trots op je en blij voor je! Wat fijn dat je je roeping hebt gevonden’. Zo werd zijn verjaardag een groot afscheidsfeest en ze vierden tot in de late uurtjes feest.

❤ Tabi
imageOpdat je je hart durft te volgen.

Waar je ook bent, God kan jou en jouw talenten daar gebruiken.

Of je Hem dat laat doen, is natuurlijk je eigen keuze, maar ik geloof dat als een ieder van ons zijn of haar talenten gebruikt op de plek waar de Grote Maker ons roept, we samen de mooiste puzzels maken.

4. Musica

Muzieknoten.jpg

Er was eens een meisje, genaamd Mieke, dat een leeuw als dierenvriend had. Zij leefde in het Dierenrijk, waar ieder mens één dier als maatje voor het leven koos. Mieke vond het Dierenrijk geweldig, maar ze hield er ook van om te reizen. Nieuwe landen ontdekken, nieuwe mensen ontmoeten.

En op een dag besloot ze een échte verre reis te maken: naar Musica, het land van de muziekdans mensen. Samen met Leo, haar leeuwenvriend, ging ze op weg.

Na een lange reistocht kwamen de twee eindelijk aan in Musica. Het land was niet moeilijk te vinden. Van een verre afstand kon je de muziek al horen die de mensen daar maakten. En eenmaal dichterbij kon je ook genieten van de dansers en danseressen die sierlijke en mooie bewegingen maakten op de muziek.

Eenmaal in Musica werden Mieke en Leo hartelijk welkom geheten. Zo ook door de pianist Gary, bij wie de twee wel een tijdje in het gastenverblijf mochten logeren.

In de dagen daarop woonden Mieke en Leo vele voorstellingen bij. Dit waren geen gewone voorstellingen. Zoals Gary het haar had uitgelegd, waren er namelijk 2 soorten mensen in Musica: Muziekmakers en Dansers.

De muziekmakers konden goed muziek maken. Er waren mensen die goed konden zingen en mensen die een instrument konden bespelen. Denk aan piano, viool, fluit, gitaar en nog veel meer. Op de muziek van de makers dansten de dansers. Ze konden dansen op allerlei soorten muziek. Er was altijd wel maar één soort muziek waar ze écht goed op konden dansen. Zo kon de één enorm goed op snel gezongen liedjes dansen en de ander juist op rustig pianospel.

Zodra een danser gevonden had op welke muziek hij of zij het beste kon dansen, werd er een duo gevormd. Eenmaal in een duo kon je muziekdans voorstellingen geven.

Op de dagen dat er geen voorstellingen waren, oefende Gary op de piano in zijn woonkamer. Mieke luisterde er graag naar. Vaak zong ze mee als ze zijn liedjes kende. Maar Gary gaf nooit een voorstelling. Mieke vroeg hem waarom en Gary antwoordde:

‘Je mag pas optreden met zijn tweeën. Ik heb mijn danseres nog niet gevonden.’. Daarop zei Mieke: ‘Maar waarom zoek je je danseres dan niet? Ik neem aan dat je genoeg keuze hebt!’ En Gary zei: ‘Er zijn genoeg goede danseressen, maar niemand van hen begrijpt mijn pianospel 100%’.

‘Niemand? Is er echt niemand die jouw muziek goed kan aanvoelen en begrijpt?’. ‘Nou’, zei Gary, ‘er is één danser die dat wel kan. Het is mijn beste vriend, Diego.’. ‘Mooi’, zei Mieke, ‘dan vorm je toch met hem een duo? Dan kun je tenminste optreden, zodat iedereen kan genieten van je prachtige muziek en zijn dans!’.

Maar Gary zuchtte diep en zei dat dat onmogelijk was. Een duo bestond namelijk altijd uit een muziekmaker met een danseres of een muziekmaakster met een danser. Toen hij zich met Diego als duo had aangemeld, werd hij uitgelachen door de mensen. ‘Dat kan toch helemaal niet, zo’n duo’, zeiden ze dan, ‘dat hoort niet, dat is niet goed!’. Die woorden deden Gary pijn, want hij wilde net als alle andere muziekdans mensen graag optreden.

Dit bracht Mieke en Leo op een idee. Ze besloten zelf voorstellingen te organiseren zodat Gary alsnog samen met zijn vriend kon optreden. Bij het eerste optreden waren alleen Mieke en Leo aanwezig. Bij het tweede optreden kwamen ook een paar goede vrienden kijken. Bij het derde ook de familie van Gary en Diego.

Het pianospel klonk echter zo bijzonder, dat ook andere mensen nieuwsgierig werden. Wie maakte die mooie muziek? Muziek die ze nog nooit eerder gehoord hadden.

En met elke optreden dat volgde, kwamen er steeds meer mensen om te genieten van Gary’s prachtige muziek en Diego’s schitterende dans. Een perfecte combinatie van pianogeluid en dansbewegingen, die echt voor elkaar gemaakt leek.

En tot op de dag van vandaag reist het opmerkelijke duo door Musica om de mensen te laten genieten van hun muziekdans kunsten.

❤ Tabi

Opdat we niet veroordelen, maar elkaar  accepteren zoals we zijn (gemaakt)!

image

3. Dierenrijk

Lion_Lamb

Er was eens een groot land, vlakbij het Hartenland en het (Ont)Maskerland. Aangezien zóveel mensen in Maskerland hun maskers hadden afgedaan, werd het tegenwoordig vaker Ontmaskerland genoemd.

In Dierenrijk droegen de mensen geen maskers. Mensen waren gewoon mensen, met blije en minder vrolijke gezichten. In dit land woonden naast mensen ook veel dieren. Vele verschillende soorten, van de kleine mier tot en met de grote olifant. Van de garnaal tot de walvis. En van de vuurvlieg tot de arend. Er waren misschien nog wel meer soorten dieren dan mensen.

En in Dierenrijk had elk mens zijn of haar eigen dier. Mensen mochten uit de dieren die op hun levenspad kwamen, één dier kiezen waar ze de rest van hun leven mee zouden delen. En omdat iedereen anders was, koos iedereen ook een ander soort dier.

Op een dag, een dag zoals andere dagen, werd een meisje geboren: Mieke. En Mieke had al op jonge leeftijd haar dierenvriend voor het leven gekozen: een lammetje. Je kent haar lied misschien wel: “Mieke heeft een lammetje…“. Overal waar zij ging, ging haar lammetje. De twee werden onafscheidelijk.

Tot op een zekere dag, toen Mieke wakker werd en haar lammetje een knuffel wilde geven. Ze keek om zich heen, maar kon het lammetje nergens vinden. Wanhopig zocht ze overal. Onder haar bed, in de badkamer, het toilet, de keuken en eetkamer.. Maar nee, nergens kon ze haar vriend vinden. Tot ze naar buiten liep. Daar, voor de deur, zag ze de witte wol van haar lam. Maar tot haar schrik zag ze ook rode vlekken.

‘Nee! Hoe kan dit gebeurd zijn! Mijn lammetje, mijn vriend, leeft niet meer!’ En met tranen in haar ogen keek ze naar de pootafdruk in de grond. ‘Een wolf! Het was een wolf die mijn lam heeft gedood!’, riep ze snikkend uit. Haar lammetje had de wolf ’s nachts waarschijnlijk gehoord. En was in zijn eentje de strijd aangegaan om haar te beschermen tegen de wolf.

De wolf was echter te sterk geweest. En nu was haar vriend dood. Haar metgezel. Haar maatje voor het leven. Wat nu? dacht ze bij zichzelf. Iedereen had altijd maar één dier, waar je de rest van je leven mee bent. Geen twee, drie of meer.. Slechts één. En die gedachte, de rest van haar leven alleen te zijn, maakte haar enorm verdrietig. Zo verdrietig dat ze de eenzame dagen die daarop volgden, zichzelf opsloot in haar kamer. Ze kwam niet één keer buiten, en dat terwijl ze het altijd heerlijk vond om buiten in de natuur te zijn.

Na 3 dagen had ze genoeg van haar kleine slaapkamer. Met nog steeds een verdrietig hart ging ze naar buiten. Even weg. Even naar buiten. Ze besloot om naar haar Oma te gaan. Met Oma kon ze altijd goed praten. En dat wilde ze nu ook. Even haar hart luchten. Oma wist altijd wel wat te zeggen als ze zich boos, bang of verdrietig voelde.

En zo ging Mieke op weg. Door het grote bos. Oma’s huis lag namelijk aan de andere kant van dat bos. En zo begon Mieke in haar eentje het pad te volgen wat naar Oma leidde.

Plotseling zag Mieke een gestalte verschijnen op haar pad. Ze besloot gewoon door te lopen, maar wel goed uit te kijken. Terwijl ze stapje voor stapje verder liep, begon ze het steeds benauwder te krijgen. Vanuit haar buik voelde ze een kriebel.  Maar niet de kriebel die je krijgt van leuke dingen, zoals verliefd zijn.

Nee, deze kriebel was niet goed. Heel verkeerd zelfs. En die kriebel werd angst toen ze zag wat voor haar op het pad aan het grommen was. Een wolf! De wolf! En niet zo’n kleine wolf ook! Hij had haar geroken en wachtte nu geduldig tot zij dichtbij genoeg was. Zo dichtbij dat ze niet meer weg kon rennen of in een boom kon klimmen. Ontsnappen was nu onmogelijk. Mieke had tegenover de wolf geen schijn van kans.

En terwijl de wolf gromde en naar haar toe begon te rennen, hoorde ze plots een hele grote brul. Het was een leeuw! Een die veel groter en sterker was dan de wolf. En ze zag hoe de leeuw voor haar sprong. En in plaats van haar ook te willen doden, dwarsboomde de leeuw het pad van de wolf. De wolf probeerde te vluchten. Maar de leeuw was sneller. Sterker. En in één beet doodde de leeuw de wolf.

De leeuw draaide zich om en vroeg hoe ze heette. Bevend van angst zei ze: ‘Hallo, ik heet Mieke. Hoe heet jij?’. ‘Aangenaam’, zei de leeuw met een diepe, krachtige stem, ‘mijn naam is Leo.’. ‘Dank-eh-u-wel, voor het redden van mijn leven, Leo’, zei Mieke, al iets minder bang, ‘Als u er niet was geweest…’.

‘Ik deed het graag voor je meisje’, zei Leo. ‘Maar waar is jouw metgezel? Je dierenvriend?’ ‘Ik heb geen maatje meer’ zei Mieke, ‘de wolf heeft mijn lam gedood en nu ben ik voor de rest van mijn leven alleen’. ‘Wat verschrikkelijk!’, gromde Leo, ‘Mag ik dan jouw nieuwe dierenvriend zijn?’.

Mieke twijfelde, ‘Maar ik kan toch maar één dierenvriend hebben, Leo?’. ‘Dat klopt’, zei de leeuw, ‘maar als je dierenvriend eerder dan jij overlijdt, mag je een nieuwe dierenvriend kiezen. Dus ik hoop dat je Mij als vriend in jouw leven wil. Als je ja zegt, blijf ik voor de rest van je leven bij je en zal ik je altijd beschermen.’

Met blijdschap in haar hart, liep Mieke samen met haar nieuwe dierenvriend naar Oma. Oma zag ze al van een afstandje aankomen. Met haar armen wijd open verwelkomde ze Mieke. Ze gaf haar een dikke knuffel en kus op haar wang, en zei: ‘Wat ben ik blij jou hier te zien! Samen met Leo. Ik heb altijd al geweten dat je een leeuw was.’

❤ Tabi

Als je Jezus in jouw hart toelaat, zul je nooit meer alleen zijn!

image

2. Maskerland

image

Er was een een meisje, Sarah, dat leefde in een groot land. Dat land leek op het land van de Hartenjagers, maar verschilde op één punt: iedereen droeg maskers 🎭.

Zo ook Sarah. Zij kon kiezen uit wel 100 verschillende maskers. Elke dag stond ze op tijd op voor school om het masker voor de dag te kiezen.

Alle maskers waren altijd vrolijk. Er waren wel verschillende soorten. Je had een beetje blije, normaal blije en enorm blije maskers. En ook daarin verschillende soorten.

Sarah’s favoriete masker was die met pretoogjes en de lach met de mond het verst open. Vooral op dagen dat ze zich minder vrolijk voelde, zette ze dit masker op. Want hoe kan iemand met zo’n lach nou niet vrolijk zijn?!

Op een dag, een dag zoals andere dagen, hoorde Sarah iemand op de voordeur van haar huis kloppen. Ze deed open en zag een meisje, niet veel ouder dan zij, staan. Het meisje stelde zich voor: ‘Hoi Sarah, ik ben Abigaïl. Ik kom uit het Hartenland en heb ver gereisd om hier te komen.’

Wat gaaf! Dacht Sarah: ‘Je zal vast wel hongerig zijn!’ en ze liet Abigaïl snel binnen.

Gelukkig hadden haar ouders een mooie gastkamer, waar Abigaïl kon slapen. En elke dag, na school zocht Sarah Abigaïl op om gezellig te kletsen en samen leuke dingen te doen. En zo werden ze hartsvriendinnen.

Op een dag zei Abigaïl: ‘lieve vriendin, mag ik je wat vragen?’. En Sarah haalde haar schouders op en zei dat Abby alles mocht vragen. ‘Waarom kijk je altijd zo vrolijk?’. Sarah zei verbaasd: ‘Weet je niet dat ik een masker op heb? Iedereen draagt ze. Ik woon niet voor niets in “Maskerland”!’.

Nu was het Abby die verbaasd was en zei: ‘En wat dan als je je verdrietig voelt, of boos?’. Sarah antwoordde: ‘Dan nog zijn we met onze vrolijke maskers op, altijd blij’, vertelde Sarah, ‘waar is jouw masker dan?’.

En Abby vertelde dat zij geen maskers had en er ook nooit een had gedragen. Ze vertelde haar dat je in Hartenland aan het gezicht van een persoon kon zien hoe deze zich voelde. Soms waren de gezichten verdrietig of boos, maar dat was juist handig! Zo kon je in één keer zien hoe iemand zich vanbinnen écht voelde.

Sarah dacht bij zichzelf: dat lijkt me fijn, nooit meer doen alsof. Ze vroeg Abby: ‘Eh, uhm, tsja, bijzonder! Maar denk je dat ik dat ook zou kunnen?’. Abby antwoordde: ‘Maar natuurlijk! Probeer het eens voor een uur. En elke dag doe je daar een uur bovenop’.

En dat was wat ze deed. Eerst veilig tussen de muren van haar slaapkamer. Daarna durfde ze ook maskerloos door de rest van het huis. En op een zekere dag zelfs buitenshuis en naar school!

En de mensen om haar heen merkten haar op. En vroegen haar waarom. Vooral als ze een dag minder vrolijk was, vroegen de mensen hoe het kon dat ze niet blij keek, net als de rest. En Sarah zei: ‘Het is goed om blij te zijn. Om je blij te voelen. Alleen gebeuren er niet altijd leuke dingen. Dingen die je verdrietig of boos kunnen maken.’

En dan vertelde Sarah hoe fijn het was om ook die gevoelens te kunnen uiten. Bijvoorbeeld bij haar vriendin Abby. Met haar kon ze praten over haar échte gevoelens en hoefde ze nooit te doen alsof.

En langzamerhand begonnen de mensen om haar heen Sarah’s voorbeeld te volgen. Eerst haar broer en ouders, en later ook de rest van haar familie. En niet lang daarna haar andere goede vrienden en vriendinnen. Elke dag weer zetten nieuwe mensen hun maskers af.

En tot op de dag van vandaag reist Sarah het land door om de mensen te helpen hun maskers af te zetten.

❤ Tabi

Opdat je je masker af zet, en je ware gevoelens durft te laten zien”

1. De Hartenjager

image

Er was eens een Jager. Niet zomaar een Jager, maar de beste van allemaal: een Hartenjager. In heel het land was er geen een zo goed als hij. Hij was goedgebouwd, snel en schoot nooit mis. Zijn naam was de Zwarte Jager.

Het doel van de Zwarte Jager was de harten van mensen te raken met zijn pijlen. Onzichtbare pijlen. Zwarte pijlen. En zodra een zwarte pijl een hart raakte, kreeg het hart een zwart puntje. Dat punt breidde zich uit, net zolang tot er een zwart hart overbleef. Eenmaal zwart, bleef een hart zwart.

De Zwarte Jager vond dat heerlijk. Hij koos vooral de makkelijke, kwetsbare en verdrietige harten als doelwit. Die werden namelijk het snelst zwart. Hij had verschillende pijlen, voor elk hart wel een paar. Zijn sterkste pijlen waren: haat, eenzaamheid, verdriet, pijn en jaloezie. Met zijn pijlen in de aanslag reisde hij heel het land door, jagend op de harten van mensen.

Op een dag, een dag net als andere dagen, werd er een jongetje geboren. Zijn naam was Chris. Al van kleins af aan had Chris een bijzondere gave. Hij kon in de harten van mensen kijken. Hij zag veel zwarte harten om hem heen en dat maakte hem verdrietig.

Hij besloot om er iets aan te doen. Hij begon pijlen te maken. Ook onzichtbaar, net als die van de Zwarte Jager. Zijn pijlen waren echter wit. In zijn jeugd oefende hij veel met zijn boog en witte pijlen, en hij groeide op tot een sterke man. Een boogschutter die enorm goed kon richten.

Eenmaal volwassen, ging Chris op reis. Op reis door het land, op zoek naar zwarte harten. Wat de Zwarte Jager immers niet wist, was dat in elk hart een geheime kamer is. Een kamer met een kleine, witte knikker. Die kamer heeft één deur. En het zwarte kan niet door die deur. Chris wist dat wel. En met zijn witte pijlen schoot hij op elk hart één pijl. De pijl van liefde.

Zo ook bij het meisje: Abigaïl. Zij was geraakt door de zwarte pijlen van verdriet en eenzaamheid. Haar ouders waren overleden en ze was helemaal alleen op de wereld. Chris zag haar en schoot ook op haar zijn witte pijl.

Die liefdespijl was geduldig. Het klopt voorzichtig aan op de deur van de geheime kamer. en wachtte. Abigaïl hoorde een zacht geklop. En in het donker, in de duisternis van haar hart opende ze haar deur voor de witte pijl. En liet de witte pijl binnen. De pijl kon zo het doel raken: de knikker. Zodra de pijl het doel raakte, werd Abigaïl vervult met liefde.

Echte liefde. Volmaakte liefde. Ze voelde zich warm worden en zag dat ze begon te stralen. Samen met Chris zong ze uit blijdschap en dankbaarheid: “This little light of mine, I’m gonna let it shine“. Haar nieuwe levensdoel was om net als Chris lief te hebben. Iedereen en alles om haar heen. Om een licht te zijn voor de zwarte harten in duisternis. Om met liefde licht te brengen in de harten van mensen.

Zo bouwde Chris een groot leger van Witte Hartenjagers. Samen velen malen sterker dan de Zwarte Jager. En met dat leger, bracht hij liefde, licht en leven.

❤ Tabi

P.s. mijn eerste zelfgeschreven verhaal. Ik hoop dat ook jouw hart wit mag worden. Dat je mag stralen in Gods liefde. Dat is volmaakte liefde. Échte liefde.

Is je deur nog op slot? Is je deur nog op slot? Van je krrrt, krrrt, krrrt. Doe hem open voor God. Want de Heer wil bij je wonen, en dan ben je nooit alleen!”

image