5. Puzzeli

Puzzel

Er was eens een jongen genaamd Timor die leefde in een bijzonder land: Puzzeli. Hij was een echte Puzzelini: geboren en opgegroeid in het Land der Puzzels

In Puzzeli stond één grote Puzzel Fabriek. Daar werkte iedere volwassen Puzzelini. Er waren verschillende taken. Zo werkten er puzzelstukmakers, tekenaars en kleurders.

Iedereen had een gemeenschappelijke taak aan het eind van elke week. Dan zocht iedereen één van de vele puzzelstukjes uit om te vinden aan welke van de talloze andere stukjes deze pastte.

Als kleine jongen wist Timor al wat zijn talent was. Hij kon voorwerpen aanraken en deze kleuren in elke kleur die hij wilde. Er bestond geen twijfel over wat hij later als hij groot was, zou doen in de Puzzel Fabriek. Tenminste als het aan de mensen lag. Timor zelf moest er eigenlijk niet aan denken voor de rest van zijn leven in één en dezelfde Fabriek te werken.

Op een dag, een dag zoals andere dagen, hoorde Timor geklop op de voordeur. Hij deed open en zag een meisje staan. Ze stelden zich aan elkaar voor.

‘Hoi, ik ben Sarah uit Maskerland. Ik reis de Wereld rond om nieuwe mensen en landen te ontdekken. Wie ben jij? En kan je me vertellen waar ik ben?’ Timor stelde zich voor en zei: ‘Je bent in Puzzeli. Kom binnen als je wilt. Mijn ouders hebben net gekookt en zouden het gezellig vinden als je mee eet. Als je wil kun je in onze logeerkamer blijven slapen zolang je wilt!’

En dat was wat Sarah deed. En de dagen die daarop volgden liet Timor haar de mooie omgeving van Puzzeli zien. Ze bezochten allerlei steden en mensen en aten de lekkerste gerechten. De twee werden goede vrienden.

Op een dag zei Timor: ‘Morgen word ik volwassen en kan ik niet meer het land door reizen, Sarah. Er wordt van mij verwacht dat ik als kleurder in de Puzzelfabriek ga werken.’ Sarah zag hoe verdrietig hij daarbij keek en vroeg hem: ‘Maar is dat ook wat je graag zou willen?’. Timor schudde zijn hoofd: ‘Nee, maar dat wordt van mij verwacht, omdat ik een goede kleurder ben.’ Sarah zei daarop: ‘Kom, laten we eens naar de Fabriek gaan en met de Grote Baas praten. Hij is de meeste wijze Puzzelini in het land. Misschien kan hij ons advies geven. Waar een wil is, is een weg, toch?’.

Samen gingen ze naar de Grote Baas en zijn Fabriek. Ze klopten aan bij zijn kantoor en de Baas was blij ze te zien. ‘Welkom! Kom gauw binnen, dan geef ik jullie een rondleiding door mijn Fabriek’, en hij stelde zich voor als Simon.

Simon liet ze de grote werkplaats zien en vertelde over de verschillende taken. ‘Ik heb gehoord dat jij een talentvolle kleurder bent, Timor. Als je zou willen mag je hier als kleurder aan de slag’. ‘Als ik zou willen? Ik móét hier toch werken? Iedere Puzzelini die ik ken werkt hier!’. Simon glimlachte en zei: ‘Of je hier gaat werken is jouw eigen keuze. Kom, ik laat jullie de grote Puzzelhal zien’.

Simon bracht het tweetal naar een reusachtige kamer. Zo ver ze kijken konden, hingen er platen op de muren. ‘Wat zijn die reusachtige platen die op de muren hangen?’, vroeg Sarah. ‘Dat zijn de puzzelplaten’, antwoordde Simon. ‘Er zijn niet veel Puzzelini’s die het weten, maar na elke week, als alle puzzelstukjes op de juiste plek liggen, smelten ze samen en veranderen in één grote plaat.’

Simon zei dat ze gerust rond mochten kijken. En vol verwondering keken ze hun ogen uit. Ze zagen van alles: Hartenjagers, Gemaskerden, Dieren, Dansers en Muziekmakers, Bergen, Valleien, Woestijnen, Oceanen en nog veel meer platen met natuur, dieren en mensen.

Timor vroeg aan Simon hoe het kon dat hier zoveel te zien was. En Simon vertelde hem dat hij, toen hij volwassen werd, niet meteen Fabrieksbaas was geworden . Hij vertelde hem dat hij hiervoor vele jaren gereisd had. Zijn reizen vormden de inspiratiebron voor de vele puzzelplaten.

Timor was verbaasd en zei: ‘Dus u vindt het niet erg als ik niet als kleurder in de fabriek ga werken, omdat ik graag wil reizen?’. ‘Absoluut niet, mijn jongen. Doe wat je hart je ingeeft. Maak gebruik van je talenten, waar je dan ook terechtkomt. Je zult versteld staan van wat je kan en zal ontdekken.’. ‘Wat ga ik dan ontdekken?’, vroeg Timor. ‘Dat is een verrassing. En verrassingen zijn geen verrassing meer, als je ze verklapt.’

Op zijn verjaardag de volgende dag had Timor zijn besluit gemaakt. Hij zei: ‘Lieve vrienden en familie. Ik hoop dat ik jullie niet teleurstel, maar ik heb niet gekozen wat jullie allemaal dachten dat ik zou kiezen. Morgen vertrek ik om als Kledingkleurder de wereld rond te reizen’.

Tot Timors verbazing begon iedereen te lachen en luid te applaudisseren. ‘Wat zijn we trots op je en blij voor je! Wat fijn dat je je roeping hebt gevonden’. Zo werd zijn verjaardag een groot afscheidsfeest en ze vierden tot in de late uurtjes feest.

❤ Tabi
imageOpdat je je hart durft te volgen.

Waar je ook bent, God kan jou en jouw talenten daar gebruiken.

Of je Hem dat laat doen, is natuurlijk je eigen keuze, maar ik geloof dat als een ieder van ons zijn of haar talenten gebruikt op de plek waar de Grote Maker ons roept, we samen de mooiste puzzels maken.

4. Musica

Muzieknoten.jpg

Er was eens een meisje, genaamd Mieke, dat een leeuw als dierenvriend had. Zij leefde in het Dierenrijk, waar ieder mens één dier als maatje voor het leven koos. Mieke vond het Dierenrijk geweldig, maar ze hield er ook van om te reizen. Nieuwe landen ontdekken, nieuwe mensen ontmoeten.

En op een dag besloot ze een échte verre reis te maken: naar Musica, het land van de muziekdans mensen. Samen met Leo, haar leeuwenvriend, ging ze op weg.

Na een lange reistocht kwamen de twee eindelijk aan in Musica. Het land was niet moeilijk te vinden. Van een verre afstand kon je de muziek al horen die de mensen daar maakten. En eenmaal dichterbij kon je ook genieten van de dansers en danseressen die sierlijke en mooie bewegingen maakten op de muziek.

Eenmaal in Musica werden Mieke en Leo hartelijk welkom geheten. Zo ook door de pianist Gary, bij wie de twee wel een tijdje in het gastenverblijf mochten logeren.

In de dagen daarop woonden Mieke en Leo vele voorstellingen bij. Dit waren geen gewone voorstellingen. Zoals Gary het haar had uitgelegd, waren er namelijk 2 soorten mensen in Musica: Muziekmakers en Dansers.

De muziekmakers konden goed muziek maken. Er waren mensen die goed konden zingen en mensen die een instrument konden bespelen. Denk aan piano, viool, fluit, gitaar en nog veel meer. Op de muziek van de makers dansten de dansers. Ze konden dansen op allerlei soorten muziek. Er was altijd wel maar één soort muziek waar ze écht goed op konden dansen. Zo kon de één enorm goed op snel gezongen liedjes dansen en de ander juist op rustig pianospel.

Zodra een danser gevonden had op welke muziek hij of zij het beste kon dansen, werd er een duo gevormd. Eenmaal in een duo kon je muziekdans voorstellingen geven.

Op de dagen dat er geen voorstellingen waren, oefende Gary op de piano in zijn woonkamer. Mieke luisterde er graag naar. Vaak zong ze mee als ze zijn liedjes kende. Maar Gary gaf nooit een voorstelling. Mieke vroeg hem waarom en Gary antwoordde:

‘Je mag pas optreden met zijn tweeën. Ik heb mijn danseres nog niet gevonden.’. Daarop zei Mieke: ‘Maar waarom zoek je je danseres dan niet? Ik neem aan dat je genoeg keuze hebt!’ En Gary zei: ‘Er zijn genoeg goede danseressen, maar niemand van hen begrijpt mijn pianospel 100%’.

‘Niemand? Is er echt niemand die jouw muziek goed kan aanvoelen en begrijpt?’. ‘Nou’, zei Gary, ‘er is één danser die dat wel kan. Het is mijn beste vriend, Diego.’. ‘Mooi’, zei Mieke, ‘dan vorm je toch met hem een duo? Dan kun je tenminste optreden, zodat iedereen kan genieten van je prachtige muziek en zijn dans!’.

Maar Gary zuchtte diep en zei dat dat onmogelijk was. Een duo bestond namelijk altijd uit een muziekmaker met een danseres of een muziekmaakster met een danser. Toen hij zich met Diego als duo had aangemeld, werd hij uitgelachen door de mensen. ‘Dat kan toch helemaal niet, zo’n duo’, zeiden ze dan, ‘dat hoort niet, dat is niet goed!’. Die woorden deden Gary pijn, want hij wilde net als alle andere muziekdans mensen graag optreden.

Dit bracht Mieke en Leo op een idee. Ze besloten zelf voorstellingen te organiseren zodat Gary alsnog samen met zijn vriend kon optreden. Bij het eerste optreden waren alleen Mieke en Leo aanwezig. Bij het tweede optreden kwamen ook een paar goede vrienden kijken. Bij het derde ook de familie van Gary en Diego.

Het pianospel klonk echter zo bijzonder, dat ook andere mensen nieuwsgierig werden. Wie maakte die mooie muziek? Muziek die ze nog nooit eerder gehoord hadden.

En met elke optreden dat volgde, kwamen er steeds meer mensen om te genieten van Gary’s prachtige muziek en Diego’s schitterende dans. Een perfecte combinatie van pianogeluid en dansbewegingen, die echt voor elkaar gemaakt leek.

En tot op de dag van vandaag reist het opmerkelijke duo door Musica om de mensen te laten genieten van hun muziekdans kunsten.

❤ Tabi

Opdat we niet veroordelen, maar elkaar  accepteren zoals we zijn (gemaakt)!

image

3. Dierenrijk

Lion_Lamb

Er was eens een groot land, vlakbij het Hartenland en het (Ont)Maskerland. Aangezien zóveel mensen in Maskerland hun maskers hadden afgedaan, werd het tegenwoordig vaker Ontmaskerland genoemd.

In Dierenrijk droegen de mensen geen maskers. Mensen waren gewoon mensen, met blije en minder vrolijke gezichten. In dit land woonden naast mensen ook veel dieren. Vele verschillende soorten, van de kleine mier tot en met de grote olifant. Van de garnaal tot de walvis. En van de vuurvlieg tot de arend. Er waren misschien nog wel meer soorten dieren dan mensen.

En in Dierenrijk had elk mens zijn of haar eigen dier. Mensen mochten uit de dieren die op hun levenspad kwamen, één dier kiezen waar ze de rest van hun leven mee zouden delen. En omdat iedereen anders was, koos iedereen ook een ander soort dier.

Op een dag, een dag zoals andere dagen, werd een meisje geboren: Mieke. En Mieke had al op jonge leeftijd haar dierenvriend voor het leven gekozen: een lammetje. Je kent haar lied misschien wel: “Mieke heeft een lammetje…“. Overal waar zij ging, ging haar lammetje. De twee werden onafscheidelijk.

Tot op een zekere dag, toen Mieke wakker werd en haar lammetje een knuffel wilde geven. Ze keek om zich heen, maar kon het lammetje nergens vinden. Wanhopig zocht ze overal. Onder haar bed, in de badkamer, het toilet, de keuken en eetkamer.. Maar nee, nergens kon ze haar vriend vinden. Tot ze naar buiten liep. Daar, voor de deur, zag ze de witte wol van haar lam. Maar tot haar schrik zag ze ook rode vlekken.

‘Nee! Hoe kan dit gebeurd zijn! Mijn lammetje, mijn vriend, leeft niet meer!’ En met tranen in haar ogen keek ze naar de pootafdruk in de grond. ‘Een wolf! Het was een wolf die mijn lam heeft gedood!’, riep ze snikkend uit. Haar lammetje had de wolf ’s nachts waarschijnlijk gehoord. En was in zijn eentje de strijd aangegaan om haar te beschermen tegen de wolf.

De wolf was echter te sterk geweest. En nu was haar vriend dood. Haar metgezel. Haar maatje voor het leven. Wat nu? dacht ze bij zichzelf. Iedereen had altijd maar één dier, waar je de rest van je leven mee bent. Geen twee, drie of meer.. Slechts één. En die gedachte, de rest van haar leven alleen te zijn, maakte haar enorm verdrietig. Zo verdrietig dat ze de eenzame dagen die daarop volgden, zichzelf opsloot in haar kamer. Ze kwam niet één keer buiten, en dat terwijl ze het altijd heerlijk vond om buiten in de natuur te zijn.

Na 3 dagen had ze genoeg van haar kleine slaapkamer. Met nog steeds een verdrietig hart ging ze naar buiten. Even weg. Even naar buiten. Ze besloot om naar haar Oma te gaan. Met Oma kon ze altijd goed praten. En dat wilde ze nu ook. Even haar hart luchten. Oma wist altijd wel wat te zeggen als ze zich boos, bang of verdrietig voelde.

En zo ging Mieke op weg. Door het grote bos. Oma’s huis lag namelijk aan de andere kant van dat bos. En zo begon Mieke in haar eentje het pad te volgen wat naar Oma leidde.

Plotseling zag Mieke een gestalte verschijnen op haar pad. Ze besloot gewoon door te lopen, maar wel goed uit te kijken. Terwijl ze stapje voor stapje verder liep, begon ze het steeds benauwder te krijgen. Vanuit haar buik voelde ze een kriebel.  Maar niet de kriebel die je krijgt van leuke dingen, zoals verliefd zijn.

Nee, deze kriebel was niet goed. Heel verkeerd zelfs. En die kriebel werd angst toen ze zag wat voor haar op het pad aan het grommen was. Een wolf! De wolf! En niet zo’n kleine wolf ook! Hij had haar geroken en wachtte nu geduldig tot zij dichtbij genoeg was. Zo dichtbij dat ze niet meer weg kon rennen of in een boom kon klimmen. Ontsnappen was nu onmogelijk. Mieke had tegenover de wolf geen schijn van kans.

En terwijl de wolf gromde en naar haar toe begon te rennen, hoorde ze plots een hele grote brul. Het was een leeuw! Een die veel groter en sterker was dan de wolf. En ze zag hoe de leeuw voor haar sprong. En in plaats van haar ook te willen doden, dwarsboomde de leeuw het pad van de wolf. De wolf probeerde te vluchten. Maar de leeuw was sneller. Sterker. En in één beet doodde de leeuw de wolf.

De leeuw draaide zich om en vroeg hoe ze heette. Bevend van angst zei ze: ‘Hallo, ik heet Mieke. Hoe heet jij?’. ‘Aangenaam’, zei de leeuw met een diepe, krachtige stem, ‘mijn naam is Leo.’. ‘Dank-eh-u-wel, voor het redden van mijn leven, Leo’, zei Mieke, al iets minder bang, ‘Als u er niet was geweest…’.

‘Ik deed het graag voor je meisje’, zei Leo. ‘Maar waar is jouw metgezel? Je dierenvriend?’ ‘Ik heb geen maatje meer’ zei Mieke, ‘de wolf heeft mijn lam gedood en nu ben ik voor de rest van mijn leven alleen’. ‘Wat verschrikkelijk!’, gromde Leo, ‘Mag ik dan jouw nieuwe dierenvriend zijn?’.

Mieke twijfelde, ‘Maar ik kan toch maar één dierenvriend hebben, Leo?’. ‘Dat klopt’, zei de leeuw, ‘maar als je dierenvriend eerder dan jij overlijdt, mag je een nieuwe dierenvriend kiezen. Dus ik hoop dat je Mij als vriend in jouw leven wil. Als je ja zegt, blijf ik voor de rest van je leven bij je en zal ik je altijd beschermen.’

Met blijdschap in haar hart, liep Mieke samen met haar nieuwe dierenvriend naar Oma. Oma zag ze al van een afstandje aankomen. Met haar armen wijd open verwelkomde ze Mieke. Ze gaf haar een dikke knuffel en kus op haar wang, en zei: ‘Wat ben ik blij jou hier te zien! Samen met Leo. Ik heb altijd al geweten dat je een leeuw was.’

❤ Tabi

Als je Jezus in jouw hart toelaat, zul je nooit meer alleen zijn!

image

2. Maskerland

image

Er was een een meisje, Sarah, dat leefde in een groot land. Dat land leek op het land van de Hartenjagers, maar verschilde op één punt: iedereen droeg maskers 🎭.

Zo ook Sarah. Zij kon kiezen uit wel 100 verschillende maskers. Elke dag stond ze op tijd op voor school om het masker voor de dag te kiezen.

Alle maskers waren altijd vrolijk. Er waren wel verschillende soorten. Je had een beetje blije, normaal blije en enorm blije maskers. En ook daarin verschillende soorten.

Sarah’s favoriete masker was die met pretoogjes en de lach met de mond het verst open. Vooral op dagen dat ze zich minder vrolijk voelde, zette ze dit masker op. Want hoe kan iemand met zo’n lach nou niet vrolijk zijn?!

Op een dag, een dag zoals andere dagen, hoorde Sarah iemand op de voordeur van haar huis kloppen. Ze deed open en zag een meisje, niet veel ouder dan zij, staan. Het meisje stelde zich voor: ‘Hoi Sarah, ik ben Abigaïl. Ik kom uit het Hartenland en heb ver gereisd om hier te komen.’

Wat gaaf! Dacht Sarah: ‘Je zal vast wel hongerig zijn!’ en ze liet Abigaïl snel binnen.

Gelukkig hadden haar ouders een mooie gastkamer, waar Abigaïl kon slapen. En elke dag, na school zocht Sarah Abigaïl op om gezellig te kletsen en samen leuke dingen te doen. En zo werden ze hartsvriendinnen.

Op een dag zei Abigaïl: ‘lieve vriendin, mag ik je wat vragen?’. En Sarah haalde haar schouders op en zei dat Abby alles mocht vragen. ‘Waarom kijk je altijd zo vrolijk?’. Sarah zei verbaasd: ‘Weet je niet dat ik een masker op heb? Iedereen draagt ze. Ik woon niet voor niets in “Maskerland”!’.

Nu was het Abby die verbaasd was en zei: ‘En wat dan als je je verdrietig voelt, of boos?’. Sarah antwoordde: ‘Dan nog zijn we met onze vrolijke maskers op, altijd blij’, vertelde Sarah, ‘waar is jouw masker dan?’.

En Abby vertelde dat zij geen maskers had en er ook nooit een had gedragen. Ze vertelde haar dat je in Hartenland aan het gezicht van een persoon kon zien hoe deze zich voelde. Soms waren de gezichten verdrietig of boos, maar dat was juist handig! Zo kon je in één keer zien hoe iemand zich vanbinnen écht voelde.

Sarah dacht bij zichzelf: dat lijkt me fijn, nooit meer doen alsof. Ze vroeg Abby: ‘Eh, uhm, tsja, bijzonder! Maar denk je dat ik dat ook zou kunnen?’. Abby antwoordde: ‘Maar natuurlijk! Probeer het eens voor een uur. En elke dag doe je daar een uur bovenop’.

En dat was wat ze deed. Eerst veilig tussen de muren van haar slaapkamer. Daarna durfde ze ook maskerloos door de rest van het huis. En op een zekere dag zelfs buitenshuis en naar school!

En de mensen om haar heen merkten haar op. En vroegen haar waarom. Vooral als ze een dag minder vrolijk was, vroegen de mensen hoe het kon dat ze niet blij keek, net als de rest. En Sarah zei: ‘Het is goed om blij te zijn. Om je blij te voelen. Alleen gebeuren er niet altijd leuke dingen. Dingen die je verdrietig of boos kunnen maken.’

En dan vertelde Sarah hoe fijn het was om ook die gevoelens te kunnen uiten. Bijvoorbeeld bij haar vriendin Abby. Met haar kon ze praten over haar échte gevoelens en hoefde ze nooit te doen alsof.

En langzamerhand begonnen de mensen om haar heen Sarah’s voorbeeld te volgen. Eerst haar broer en ouders, en later ook de rest van haar familie. En niet lang daarna haar andere goede vrienden en vriendinnen. Elke dag weer zetten nieuwe mensen hun maskers af.

En tot op de dag van vandaag reist Sarah het land door om de mensen te helpen hun maskers af te zetten.

❤ Tabi

Opdat je je masker af zet, en je ware gevoelens durft te laten zien”

1. De Hartenjager

image

Er was eens een Jager. Niet zomaar een Jager, maar de beste van allemaal: een Hartenjager. In heel het land was er geen een zo goed als hij. Hij was goedgebouwd, snel en schoot nooit mis. Zijn naam was de Zwarte Jager.

Het doel van de Zwarte Jager was de harten van mensen te raken met zijn pijlen. Onzichtbare pijlen. Zwarte pijlen. En zodra een zwarte pijl een hart raakte, kreeg het hart een zwart puntje. Dat punt breidde zich uit, net zolang tot er een zwart hart overbleef. Eenmaal zwart, bleef een hart zwart.

De Zwarte Jager vond dat heerlijk. Hij koos vooral de makkelijke, kwetsbare en verdrietige harten als doelwit. Die werden namelijk het snelst zwart. Hij had verschillende pijlen, voor elk hart wel een paar. Zijn sterkste pijlen waren: haat, eenzaamheid, verdriet, pijn en jaloezie. Met zijn pijlen in de aanslag reisde hij heel het land door, jagend op de harten van mensen.

Op een dag, een dag net als andere dagen, werd er een jongetje geboren. Zijn naam was Chris. Al van kleins af aan had Chris een bijzondere gave. Hij kon in de harten van mensen kijken. Hij zag veel zwarte harten om hem heen en dat maakte hem verdrietig.

Hij besloot om er iets aan te doen. Hij begon pijlen te maken. Ook onzichtbaar, net als die van de Zwarte Jager. Zijn pijlen waren echter wit. In zijn jeugd oefende hij veel met zijn boog en witte pijlen, en hij groeide op tot een sterke man. Een boogschutter die enorm goed kon richten.

Eenmaal volwassen, ging Chris op reis. Op reis door het land, op zoek naar zwarte harten. Wat de Zwarte Jager immers niet wist, was dat in elk hart een geheime kamer is. Een kamer met een kleine, witte knikker. Die kamer heeft één deur. En het zwarte kan niet door die deur. Chris wist dat wel. En met zijn witte pijlen schoot hij op elk hart één pijl. De pijl van liefde.

Zo ook bij het meisje: Abigaïl. Zij was geraakt door de zwarte pijlen van verdriet en eenzaamheid. Haar ouders waren overleden en ze was helemaal alleen op de wereld. Chris zag haar en schoot ook op haar zijn witte pijl.

Die liefdespijl was geduldig. Het klopt voorzichtig aan op de deur van de geheime kamer. en wachtte. Abigaïl hoorde een zacht geklop. En in het donker, in de duisternis van haar hart opende ze haar deur voor de witte pijl. En liet de witte pijl binnen. De pijl kon zo het doel raken: de knikker. Zodra de pijl het doel raakte, werd Abigaïl vervult met liefde.

Echte liefde. Volmaakte liefde. Ze voelde zich warm worden en zag dat ze begon te stralen. Samen met Chris zong ze uit blijdschap en dankbaarheid: “This little light of mine, I’m gonna let it shine“. Haar nieuwe levensdoel was om net als Chris lief te hebben. Iedereen en alles om haar heen. Om een licht te zijn voor de zwarte harten in duisternis. Om met liefde licht te brengen in de harten van mensen.

Zo bouwde Chris een groot leger van Witte Hartenjagers. Samen velen malen sterker dan de Zwarte Jager. En met dat leger, bracht hij liefde, licht en leven.

❤ Tabi

P.s. mijn eerste zelfgeschreven verhaal. Ik hoop dat ook jouw hart wit mag worden. Dat je mag stralen in Gods liefde. Dat is volmaakte liefde. Échte liefde.

Is je deur nog op slot? Is je deur nog op slot? Van je krrrt, krrrt, krrrt. Doe hem open voor God. Want de Heer wil bij je wonen, en dan ben je nooit alleen!”

image

A Love Story

Oso_Bruno

This is me. Torrance, Los Angeles, California is where I took my first breath. It is where my mother held me for the first time. With a smile on her face, I hope.

Now, a few 21 years later, I can gladly say: I am thankful. Thankful for the life God gave her. God gave me.

In my short life I have met inspiring persons and seen beautiful parts of the world. America, Asia, Africa, Europe. A globe trotter in my younger years, when I pursued my climbing career. I am grateful for my parents, trainers and climbing buddies. Thankful for their encouragements and support.

With a smile on my face I have closed that chapter of my life a while ago. I will never forget though. Climbing itself can be a metaphor for ‘life’. Do we all not have a tough, rocky road to travel? We climb and fall, climb, fall.. and still continue on climbing. Why? To reach the top. For what? To be the best? No. So that we may look back on our climb. Our personal tests of endurance and perseverance. To see that even when we thought we couldn’t , we can.

Not alone though. You need others around you. A helping hand, a guiding light. Words that push you over the edge. -Not the edge of the cliff of course.- To conquer a mountain together. How great is that!

But what direction, you may ask. Well, I don’t know yours. For I don’t know all of your goals in life. What I do know is this: “I know the plans I have for you. Plans to give you hope and a future”. ~ Jeremiah 29:11 . This is what God would like you to know.

‘God. Meh.. Seriously. Is this another sugary and boring story of God? That God loves me? Yeah, well how about all this crap in my life then. How can He love me and still put me through all this?’

I am sorry. I do not know. I do know: God = love. God made you out of love. His deepest desire for you is that you may know and love Him too.

However, can it be truly love if you did not have a free choice? To believe in Him: Yes or No? To engage a relationship with Him: Yes or No? Is love without the ability to make your own decision really love? The answer is probably no. Otherwise we would all know and have seen Him.

No. He wants you to love Him, but out of free will.  For He is the Creator of the Universe, the sun, the moon, the stars, the planets, earth, the oceans, the continents, the mountains, the valleys, nature, the animals and last but definitely not least: you!

You are the whipped cream on top of the apple pie. The best. Perfect in His eyes. Or at least apple pie with whipped cream is perfect in mine.  When you enjoy the life He gave you, He enjoys it with you. When you laugh, so does He. When you cry and suffer, He cries and suffers with you. There is no place, not even the highest of mountains, or at the bottom of the oceans, where God cannot find you.

Remember: suffering is not from God. He does not condemn you or puts you through sufferings, because He wants to punish you. Suffering is a result of sin. Sin comes from bad choices, which derive from having free choice. Our own conscience. A mind and will of our own.

We try and try to be good or better people. To love each other, to love our neighbor as ourselves. But sometimes we trip. We slip from the foot hold in our climb towards the mountain peak. We sin and fall. Yes, we all fall at some point.

Thankful. Grateful. Overjoyed! Sin and inevitably death, it is not the end! For God gave His one and only Son, so that whoever believes in Him will not perish, but have eternal life. ~ John 3:16

Jesus was human. So He could live without sin. For a righteous God, just as a good judge would, has to give everyone a suitable punishment for their sins. God can not be with sin. That would mean as sinners, we could not be with Him. Luckily: Jesus. Or actually: ‘Lovingly: Jesus’. He willingly, out of love, laid down His life for us. So that He could bear our sins, your sins. He died for you on the cross and rose from death again after 3 days.

So, we don’t have to climb mountains, try to better ourselves, try to make amends, to stand before God. It is already done. The path to life and true love is clear..

‘Everybody has troubles, but not everybody has Jesus.

Jesus makes the difference.’

❤ Tabi